Thinglink

Thinglink bestaat al weer meer dan een jaar.Thinglinkapp
Het programma is zeer gebruiksvriendelijk, dus iedereen die niet zo digitaal vaardig is kan er toch snel mee werken. Leerlingen vinden het over het algemeen heel prettig om mee te werken, thuis en op school, dus dit is ook geen hobbel die je hoeft te nemen.
In de zomer van 2013 heb ik op Eduapp een lesidee geplaatst: Je kunt met Thinglink o.a. kort en bondig leerstof samenvatten en presenteren. De app werkt met een afbeelding waarin interactieve punten kunnen worden gezet. Je kunt elke willekeurige afbeelding of tekening gebruiken waar je een foto van hebt gemaakt. Achter de interactieve punten wordt een tekst gezet, een verwijzing naar een website, of een filmpje. Je kunt zelfs linken naar andere Thinglinks. Vervolgens wordt er een voorbeeld gegeven hoe je als docent een Thinglink kan maken met de opdracht om leerstof samen te vatten.
Dit is slechts één lesidee. Je kunt er veel meer mee. Snuffel eens in bestaande Thinglinks.
Als je in de app zit tik je bijvoorbeeld in: ‘spijsvertering’’, ‘het oog’, ‘de voedselketen’ of elk ander onderwerp. Vind je niet meteen iets, vertaal die zoekterm in het Engels, dan zul je vast wel meteen beet hebben.
Open bijvoorbeeld de Thinglink met de titel voedselketen. Je zou deze afbeelding kunnen overnemen en de opdrachten kunnen bewerken of er opdrachten aan kunnen toevoegen. Dat doe je met de knop ‘remix’. Als je een bestaande afbeelding wilt bewerken (edit), moet je eerst een remix maken zodat de afbeelding in jouw account komt te staan. Of dat wel of niet kan hangt af van de instellingen die de maker heeft geselecteerd.
Heb je een Thinglink geopend, dan zie je rechtsonder ook de ‘related images’. Die andere afbeeldingen kunnen dan gaan over ‘fotosynthese’, ecologie’ of ‘kernramp’, in ieder geval iets dat een relatie heeft met het begrip ‘voedselketen’. Die ‘related images’ kunnen jou weer op ideeën brengen.
Kom je per toeval een mooie Thinglink tegen die je later nog eens zou willen gebruiken, willen laten zien of de maker ervan wil complimenteren, dan kun je de afbeelding met de knop ‘touch’ aanraken. De afbeelding komt dan in jouw account te staan onder ‘touches’. Zo kun je deze afbeelding dan snel weer vinden. De maker krijgt hiervan een melding.
Je kunt mensen volgen die mooie Thinglinks hebben en mensen kunnen jou volgen. Zo kunnen bijvoorbeeld jouw leerlingen je volgen om jouw Thinglinks over te nemen om daar in te kunnen werken aan de opdracht die je hebt gemaakt.
Onlangs heeft Thinglink de mogelijkheden voor het onderwijs uitgebreid. Je kunt een speciale account aanmaken als docent en dan wordt er automatisch een groep voor je gemaakt. Dit is interessant voor basisschooldocenten. Voor vo-docenten zijn de ‘channels’ interessanter. Met verschillende kanalen kun je orde scheppen in de chaos die ontstaat als je veel afbeeldingen in je account hebt staan. Je kunt dan per klas, afdeling, of onderwerp een kanaal maken.
Thinglink houdt een blog bij waarin alle mogelijkheden worden uitgelegd. Zo wordt stap voor stap verteld hoe je bijvoorbeeld de standaard ‘icons’ kunt vervangen door eigen icoontjes.
Thinglink kun je ook volgen op Twitter: @ThingLink_EDU, om op de hoogte te blijven van nieuwe mogelijkheden en mooie toepassingen. Tot nu toe heb ik nog geen Nederlandse voorbeelden langs zien komen, maar hopelijk gaat dat gauw gebeuren als Nederland deze app meer zal gaan gebruiken.

ThinglinkM

Geplaatst in APPS, Thinglink | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Geen Zomerschool Amsterdam West in 2014? (zie ook de update onderaan)

De Top 600 in Amsterdam groeit. Gisteren stond er een interview met Martien Kuitenbrouwer in het NRC waaruit blijkt dat politie, gemeente en hulpverlening onvoldoende grip krijgen op Marokkaans-Nederlandse jongeren in Amsterdam West, waardoor het moeilijk is om te voorkomen dat zij in de criminaliteit belanden. “Criminaliteit is voor deze jongeren heel dichtbij (…) de zuigkracht van de criminele kant is erg groot.” Artikel 1

Artikel 2Artikel 3Deze potentiële crimineeltjes hebben geen binding met hun stad. Ze weten meer over het land van herkomst van hun ouders en grootouders en voelen zich daarmee verbonden. Dit speelt al jaren en in 2009 was dat ook een onderliggende reden om voor de Zomerschool te kiezen voor het thema ‘Kinderen van Amsterdam’ voor leerlingen tussen groep 7 en 8 van de basisschool: Al 700 jaar gingen kinderen jou voor die hier met hun ouders naartoe kwamen en hun plek in de samenleving hebben gevonden. Allemaal Amsterdammertjes, net als jij. Die binding met hun stad, met de bevolking van die stad is heel belangrijk. Mensen, dus ook kinderen en pubers die verbondenheid voelen met meer groepen in de samenleving, zijn minder geneigd die groepen te benadelen.

Tijdens de Zomerschool wordt gewerkt aan het versterken van die binding. Leerlingen maken kennis met de rijke geschiedenis en cultuur van de stad, een stad waar je als Amsterdammer trots op kunt zijn. Het werkt, echt, ze draaien een ‘light’ programma inburgering, aan het einde van de Zomerschool voelen ze zich meer Amsterdammer en kijken leerlingen met andere ogen naar hun stad. Ouders worden ingeschakeld zodat zij er ook wat van meekrijgen, musea bezoeken en met hun kind kunnen praten over hun ervaringen. Jaarlijks worden zo 120 gezinnen bereikt en ‘uit hun stadsdeel gehaald’. Het gaat om kijken met andere ogen naar de stad waar je in woont, waar je opgroeit en waar jouw toekomst ligt.

Het stadsdeel lijkt de noodzaak van de Zomerschool wel in te zien en wil ook voor de zomer van 2014 een bijdrage leveren, maar het stadsdeel houdt op te bestaan en er is dus onvoldoende geld om het volledige programma te draaien, een projectleider aan te stellen en een rechtspersoon te vinden, nodig voor de uitbetaling van salarissen en  verzekeringen. Er wordt de gemeente gevraagd om het tekort bij te passen, maar de gemeente houdt zich stil. Niet alleen staan er 120 kinderen in de kou, ook kennis, ervaring, een hecht team en een geoliede organisatie gaan daarmee verloren. Het is kapitaalvernietiging.

De stad vermorst miljoenen door onoplettendheid, weet dat niet alles valt terug te halen en betuigt spijt, gaat over tot de orde van de dag. Drie weken Zomerschool, 6 klassen met 6 leerkrachten en assistentes en een volwaardig ochtend- en middagprogramma met excursies kost de gemeente een ton.  Als die ton niet komt, betekent dat er 120 leerlingen in de kwetsbare leeftijd 6 weken rondhangen op straat, zich vervelen en de kans krijgen dingen te doen die je niet zou moeten willen.

Regeren is vooruitzien en keuzes maken. Willen we in Amsterdam West een Zomerschool 2014 kunnen draaien, moet er nu gestart worden met de organisatie. Meneer Hilhorst u toont zich een man die begaan is met onderwijs, maak nog voor de verkiezingen een gebaar en leg die ton op tafel.  

UPDATE: 4 maart 2014. Gisteren kwam de Onderwijsraad met een advies met de betrekking tot de overgangen in het onderwijsstelsel waarbij met name leerlingen met een achterstand kansen moet worden geboden om hun achterstand in te lopen:

Leerlingen moeten meer tijd en mogelijkheden krijgen om leerachterstanden weg te werken voordat ze overstappen naar vervolgonderwijs. De raad heeft hier al eerder over geadviseerd. Het tijdig wegwerken van achterstanden is doelmatiger dan deze later compenseren door opleidingen of diploma’s te stapelen, en kan schooluitval voorkomen. Zomerscholen, voetklassen en andere vormen van leertijdverlenging kunnen hierbij behulpzaam zijn. In zomerscholen krijgen leerlingen extra lessen Nederlands of andere vormende activiteiten. In voetklassen krijgt de leerling een jaar extra taallessen voordat hij naar de brugklas gaat. Hetzelfde principe (intensief, extra taalonderwijs) wordt ook toegepast in schakelklassen en kopklassen. De raad beveelt aan het benutten van deze mogelijkheden te (blijven) stimuleren.

Geplaatst in Zomerschool | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Luisteren een vak apart?

De realityserie De School van BNN heeft behalve de afleveringen van de uitzending ook wat compilatiefilmpjes op YouTube gezet. Het aardige hiervan is dat je een opeenstapeling te zien krijgt van ‘miskleunen’, ‘beginnersfouten’, verschillende vormen van spieken en ‘onrustige klassen’, niet leuk voor leraren misschien, maar wel de realiteit een beetje uitvergroot. BNN heeft ook een compilatie samengesteld over luisteren: ‘Luisteren, een vak apart’.   Zo zou je het inderdaad kunnen benaderen, alleen als we dit letterlijk nemen hebben we er weer een vak bij dat niet in samenhang wordt onderwezen en daar hebben leerlingen niet veel aan.

Luistervaardigheid maakt nu deel uit van het vak Nederlands op het voortgezet onderwijs. Op de basisschool wordt het soms ook apart benadert, maar over het algemeen wordt luistervaardigheid bij voorkeur de hele dag geïntegreerd onderwezen  en niet als een apart onderdeel van het vaak taal of Nederlands.

Goed kunnen luisteren is voorwaardelijk voor alles dat wordt onderwezen, maar daar heb je geen losse lessen luistervaardigheid voor nodig. Hoe zorg je er dan toch voor dat leerlingen naar jou en naar elkaar luisteren? Hoe doen collega’s dat? Zou je bij een collega kunnen kijken?

Het is een mooie ontwikkeling dat docenten steeds vaker zeggen dat ze bij elkaar in de klas zouden willen kijken om van elkaar te leren. Het is namelijk een omslag in denken dat docenten de deur van hun lokaal op een kier zetten. Echter, bij elkaar in de klas zitten is niet vrijblijvend.

Er zijn twee mensen bij betrokken. Eentje komt er kijken en de ander wordt bekeken. Als je wordt bekeken wil je ook horen wat er goed ging, als het even kan hoor je ook graag hoe het beter kan en daar zit een wel knelpuntje. Om goed te kunnen observeren en feedback te kunnen geven heb je vlieguren moeten maken en moeten leren wat je wel en niet kunt zeggen. Objectief kijken is een kunst, die kunst leer je niet op een cursus of uit een boekje. Bovendien, objectiviteit bij het kijken is belangrijk en objectiviteit wordt bevorderd door geen collegiale banden te hebben.    

Lesgeven leer je ook door vlieguren te maken, dat is het halve verhaal, want zonder feedback kunnen er tijdens het maken van vlieguren patronen inslijten die niet wenselijk zijn. Je groeit pas echt door als een expert je op het juiste moment de goede dingen influistert. Vergelijk het eens met professionele sporters. Zij rijden niet alleen maar rondjes of trappen steeds maar tegen het balletje om beter te worden. Ook krijgen zij geen tips van hun collega’s (dat zijn vaak hun concurrenten) maar van een professionele coach. Iemand die weet hoe coaching in elkaar steekt.  Daniel Goleman heeft hier een mooi boek over geschreven: Focus, the hidden driver of excellence.  focus_goleman

Mensen die mij kennen weten dat ik pleit voor observatie en coaching in ieder verbetertraject. Ik heb gezien hoe effectief het is en ik heb veel docenten blij kunnen maken, vooral die docenten die met een knoop in hun maag het traject startten. Observatie en coaching heeft helaas in het onderwijs een nare klank. Nog steeds wordt het in verband gebracht met ‘afrekenen’ en docenten zijn dan ook eerder huiverig dan blij als lesbezoeken bij het verbetertraject horen.

Het is fijn om na twintig jaar ervaring met observatie en coaching in de klas, bevestigd te worden dat observeren en de juiste feedback geven een vak apart is en er niet zo maar eventjes bijgedaan kan worden door collega’s in de school, maar dat het een noodzakelijke interventie is die moet worden uitgevoerd door een expert om het verschil te maken.

Om terug te komen op de compilatie ‘Luisteren, een vak apart’ van De School, wat ziet u  in de compilatie, wat vindt u mooi om te zien en wat zouden uw tips voor de verschillende docenten zijn?

Geplaatst in Nascholing | Getagged , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

AUTOPOIESIS

Bij de leestips staat deze maand het boek van Guus Geisen, Autopoiesis.
In Autopoiesis (zelf –creatie, zelf-productie) vertelt Guus dat het in het onderwijs misgaat als we denken dat hoge opbrengsten ten aanzien van taal en rekenen voortkomen uit het werken aan taal en rekenen. Het is een misvatting die niet uitgedragen wordt door de overheid, maar om onbegrijpelijke redenen wel zo wordt uitgelegd door onderwijsgevenden. Het opdelen van kennis en vakken heeft de grenzen bereikt. Voor leerlingen is er geen samenhang en heeft het geleerde geen raakvlakken met de wereld waarin zij leven, waardoor zij gedemotiveerd raken. Docenten en leerkrachten zitten gevangen in het huidige systeem en lijken over het algemeen niet in staat te zijn zelf die verbinding op bevredigende wijze tot stand te brengen. Sleutels tot inspirerend onderwijs zijn ‘zingeving’ en ‘betekenisvol leren’. Hogere opbrengsten zijn dan mogelijk.

Het is ‘onze taak’ om ervoor te zorgen dat leerlingen samenhang zien, dat vraagt om didactische modellen die ervoor zorgen dat, zonder dat leerlingen dat zo ervaren, zij worden geleid, gegidst en gestuurd tijdens hun onderzoek (afbakening, voorselectie m.b.t. de juiste bronnen), door het goede referentiekader te bieden.Als je iets wil leren moet je een verbinding aangaan met het onderwerp, dat lukt alleen als je het nut ervan ziet doordat het in het juiste referentiekader wordt aangeboden.

De explicitering van waarom het anders moet en de onderbouwing daarvan is mooi en goed opgeschreven. Ook geeft Guus voorzetten hoe het anders kan.
Het doel, een systeemverandering en heroriëntatie op het curriculum is ambitieus, dat is bewonderenswaardig want het is een mega-operatie om dat re realiseren. Het vraagt om intensieve samenwerking gedurende lange tijd tussen schoolleiders, leerkrachten en docenten, begeleiders, ontwikkelaars en trainers vanuit een heldere visie dat een systeemverandering alleen kan door het hebben van vergezichten, een helikopterview en vakoverstijgend denken. Het gaat om loslaten, vasthouden en verbinden en niet onbelangrijk, uithoudings- en doorzettingsvermogen.Autopoiesis

Een wat lastiger uitgangspunt in het boek vind ik ‘duurzaamheid’. De focus op duurzaamheid van ons onderwijs in relatie tot duurzaamheid van onze planeet is nobel, maar wellicht ook beperkend. Als we denkers willen, moeten we oppassen geen grote denkers te willen kneden naar ons evenbeeld, ze hoeven niet over de planeet te denken zoals wij bij voorkeur denken. Zij moeten ‘dwars’ leren denken, dat kan betekenen dat zij met oplossingen voor knelpunten komen waar wij juist niet aan denken omdat wij ook maar gevangen zitten in een concept van hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien, ‘onze duurzaamheid’ zou wel eens niet ‘hun duurzaamheid’ kunnen zijn. Het is dus ook een uitdaging om ons ideaalbeeld van de wereld los te laten en leerlingen echt waardevrij te leren denken. Of ben ik nu de tegendraadse denker?

De gedachte dat systeemdenken moet worden geleerd in authentieke contexten spreekt mij zeer aan en ik vind me volledig in het concept van herziening van leerstofordering in samenhang, geïntegreerd werken, gebruik maken van digitale mogelijkheden, communicatieve situaties, samenwerken, elkaars talenten benutten en stimuleren. Het gaat om leren begrijpen wat er gebeurt in de buurt, de wijk, de stad, in Nederland, in Europa en de wereld. Eerst begrijpen waarom het is zoals het is en je dan afvragen of er het ook anders kan of anders moet. Ik ben enthousiast en doe graag mee met denken en co-creëren.
De uitdaging ligt in het doorbreken van het huidige systeem dat sleetsheid vertoont. Een systeem met vakken in hokjes alsof ze niets met elkaar te maken hebben. Lessen van 50 minuten, waarbij ieder uur een bel gaat en de meute weer door te school huppelt en vervolgens tien minuten nodig heeft om tot rust te komen om dan aan de gefragmenteerde brokjes van het leerplan te werken.
Een uitdaging is het ook om in het VO, als leerlingen ouder worden, leerstof complexer wordt en aan vaardigheidsontwikkeling hogere eisen gesteld moeten worden, het curriculum samen te construeren. Samenhang aanbrengen in onderdelen van vakken, kerndoelen kernwaarden op niveau van leerlingen tot 12 jaar is relatief eenvoudig. Het wordt heel lastig om samenhang tot stand te brengen als het gaat om leerstof in het voortgezet onderwijs. Misschien is het voor het voortgezet onderwijs wel meer werkbaar als we eerst een hybride-model ontwikkelen, dus loslaten wat beperkend of knellend is en deleten wat niet meer bruikbaar is en gebruik maken van de mogelijkheden die dan ontstaan. Tegelijkertijd vasthouden aan kernwaarden, essentiële leerstofonderdelen en vaardigheidsonderwijs dat van belang is voor de ontwikkeling van leerlingen en doorstroom naar hoger of vervolgonderwijs.Ik kijk uit naar de scholen die willen deelnemen aan leergemeenschappen waarin we samen zullen pionieren. Waren we tot voort kort steeds bezig met ‘systeemherstel’ in het onderwijs, wellicht komen we samen tot de slotsom dat het tijd is voor ‘format C’.
Stappenplan om van mindset te veranderen.addiction-recovery-and-the-brain

PS: De opdrachtgever van Autopoiesis was AgentschapNL (programma duurzaam door).

Geplaatst in 21th Century Skills | Getagged , , , , , , , | 1 reactie