124 voorstellen ingediend

Ik heb bewondering voor alle inzenders van een voorstel op Onze Nieuwe School. Het getuigt van betrokkenheid bij het onderwijs en het toont lef om je nek te durven uitsteken met het risico dat er van jouw initiatief niets overeind blijft, je ideeën worden overgenomen en jij aan de kant blijft staan en al je inspanningen voor niets zijn geweest.

Er zijn dus veel voorstellen ingediend, maar hoe is de kwaliteit ervan? Hoeveel realistische en kansrijke voorstellen zitten er eigenlijk bij?

Alle ideeën heb ik doorgenomen. In mijn achterhoofd speelde mee dat datgene dat we kunnen lezen vaak maar de helft is, of misschien slechts een derde is van wat er op papier is gezet. De initiatiefnemers die hun concept binnen het gestelde limiet het beste konden verwoorden staan vast al op punten voor.
Het publiek, moet het doen  met wat er nu valt te lezen.

Initiatieven die koersen op scholen met de achterliggende gedachte dat onderwijs zal worden verzorgd van 8 tot 18 jaar genieten mijn voorkeur. Waarom? Omdat daar leraren met de insteek van po en vo bij elkaar zitten, zo beter in staat zijn in gesprek te kunnen gaan met elkaar en vermoedelijk door uitwisseling van ervaringen zullen leren van elkaar.
Er is namelijk één ding waar leerlingen al decennia tegenaan lopen: de wereld van verschil tussen opvattingen en manieren van lesgeven tussen po en vo. Veel goede didactische modellen die in het po gangbaar zijn, zie je in het vo niet. Daarentegen heeft het po vaak geen notie van wat leerlingen precies moeten kennen en kunnen, willen ze goed mee kunnen draaien in het voortgezet onderwijs.
Er zijn al tal van initiatieven, lokaal, regionaal en landelijk, ontplooid om po en vo met elkaar in gesprek te laten gaan en te leren van elkaars expertise en ervaringen. Ondanks alle goede bedoelingen van beide partijen lijken de betrokken in deze bijeenkomsten doof voor elkaar. Of ze horen wel, maar er gebeurt gewoon niets mee. Door dichter op elkaars huid te zitten in één gebouw en geconfronteerd worden met de problematiek doorlopende leerlijn op alle aspecten van het onderwijsspectrum, lijkt me daar noodgedwongen een goede chemie tot stand te kunnen komen die recht doet aan wat leerlingen nodig hebben.

Scholen die nadenken over het gebruik van meerdere soorten didactische modellen om leerlingen te kunnen laten leren staan ook op mijn lijstje. Alle initiatieven die alleen dromen over een fijne school waar leerlingen zich prettig voelen gaan voorbij aan het didactische apparaat dat aan de veiligheid ten grondslag ligt.
Je veilig voelen heeft ook te maken met het brede pakket aan didactische handelingen die leraren kunnen toepassen om de klas tot een eenheid te smeden, leerlingen te laten ervaren wat het is om te leren, ongeacht het startniveau of de al dan niet aanwezig talenten. Iedereen kan namelijk leren. Het is de leraar die de grote inspirator, motivator, stimulator en organisator is en zich bedient van didactische modellen om het mogelijk te maken. Met goede bedoelingen en een groot onderwijshart kom je een eind bij kleuters, maar als het echt om leren gaat, moet je ook kunnen tappen uit een ander vaatje.

Initiatieven die kiezen voor het zelf laten leren, of geloven in ontdekkend leren kunnen niet rekenen op mijn stem. Leren gaat gewoon niet vanzelf. Kinderen zijn van nature heel nieuwsgierig en willen graag van alles ontdekken, maar er is niets frustrerender dan je onderwijs zelf te moeten organiseren door vragen te stellen die buiten je bereik liggen om beantwoord te kunnen worden omdat het je aan benodigde kennis ontbreekt of omdat je de processen niet beheerst die er nodig zijn om antwoorden te genereren. Niets is vervelender dan tien grote vragen stellen, waarvan er misschien maar één een beetje beantwoord kan worden. Negatieve ervaringen met het stellen van vragen en leren, leiden tot verlies van nieuwsgierigheid en motivatie.
Je kunt pas creativiteit in denken ontwikkelen als de kennis aanwezig is om creatieve vragen te stellen, bovendien is de ene vraag de andere niet. Basiskennis is essentieel om op voort te bouwen.
Denkvaardigheid bevorderen, kritische vragen leren stellen, gaat alleen als die denkvragen op het juiste niveau liggen. Dus ook hier is de leraar de grote regelaar op de achtergrond die de juiste vragen blijft stellen om voor te doen hoe dat gaat. Het gaat om vragen die net binnen het bereik liggen om te kunnen worden beantwoord.

Leren is ook disciplineren. Zonder discipline kunnen leerlingen niet leren. Leren is leren je tanden ergens in zetten en door te bijten. De meeste leerlingen beschikken niet van nature over dat doorzettingsvermogen dat vaak nodig is om eigen grenzen te verleggen. Ze vertonen dat doorzettingsvermogen misschien wel bij sport of bij taken die ze gemakkelijk aan kunnen of waar ze warm voor lopen, maar het gaat er juist om dat je diezelfde inspanning leert te durven aanspreken bij taken die moeilijk zijn of minder interessant lijken. Leraren zijn bij uitstek, net als ouders, de mediator om leerlingen over die verborgen grenzen te leiden.
Leren is ook weten hoe je leert. Zelf je leerproces vormgeven is maar voor een enkeling weggelegd, de meeste leerlingen vragen om kaders, manieren, modellen of voorbeelden voordat ze er zelf vorm aan kunnen geven.

‘One issue’ scholen zijn het voor mij ook niet. Er zijn tal van initiatieven die mijn hart sneller doen kloppen, zoals de makerbeweging, programmeren op school, meer sport, ontwikkelen van ondernemerschap, enzovoorts. Prachtige initiatieven die kunnen worden geïntegreerd in het reguliere onderwijsprogramma om dat programma te verrijken en te verbreden. Er is veel winst te behalen door meer te doen aan integratie en anders roosteren. Dit geldt voor het po en vo. Al eerder heb ik er iets over geschreven (o.a. over 2032) , ons nationale curriculum biedt tal van aanknopingspunten om spannende dingen aan vast te haken.

Ik zie een handvol initiatieven die kansrijk zijn om door te ontwikkelen. Ik hoop dat ze veel stemmen vergaren. Ik zie ook een handvol initiatieven die zoals ze nu zijn ingebracht onvolwassen zijn, maar alles in zich hebben om kansrijk te zijn als ze samen zouden werken met een ander initiatief. Wellicht is dat ook de onderliggende gedachte van het circus ‘Onze nieuwe school’: co-creatie. We zullen het zien.
Alle inzenders wens ik sterkte en veel succes bij het vervolg. Het is reuze spannend om die teller wel of niet te zien oplopen!

Geplaatst in Algemeen | Getagged | Een reactie plaatsen

Effect zomerscholen

Hoewel ik zelf al jaren heb kunnen waarnemen dat een zomerschool heel effectief is voor bepaalde leerlingen, blijft het moeilijk mensen te overtuigen, want er is geen of onvoldoende wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Nu is er naar heel veel zaken die we doen en waarvan het verstand zegt dat het nuttig is geen wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar voor de zomerschool is het toch wel heel lastig dat er onvoldoende wetenschappelijk bewijs ligt. Ook Hattie geeft aan dat het effect niet overdreven mag worden en scoort zomerscholen dan ook laag op de rangorde van effectieve interventies.
Ik heb al vaker op dit blog aangegeven dat er een groot verschil is tussen zomerscholen en dat hetgeen er wordt gedaan en hoe dat wordt gedaan belangrijk zijn voor de cognitieve leerwinst. Met andere woorden, verliezen leerlingen in de zes weken vakantie cognitieve vaardigheden omdat deze vaardigheden onvoldoende worden bijgehouden, of blijven deze vaardigheden op niveau of nemen ze zelfs toe doordat er een effectieve zomerschool wordt bezocht.
De stand van zaken in Nederland wordt er niet beter op als er allerlei initiatieven worden ondernomen onder de noemer zomerschool, die niets met een zomerschool te maken hebben. In Amsterdam zijn er zelfs buurthuizen die melden dat ze een zomerschool organiseren. Ouders die dringend om opvang tijdens de zomervakantie verlegen zitten of denken dat hun kind hierbij gebaat is, happen gretig toe. Hier en daar wordt er zelfs 300 tot 400 euro per week betaald en je mag zelf weten wanneer je komt en hoe lang je deelneemt. Voor het programma maakt dat niet uit. De activiteiten die daar worden ondernomen hebben niets te maken met leren, ze  zijn gewoon leuk. Hier is natuurlijk niets mis mee, maar noem dat geen zomerschool. Enerzijds wek je de verkeerde verwachtingen bij zowel ouders als leerlingen, anderzijds benadeel je de echte zomerscholen die werken met ervaren en bevoegde leerkrachten en een stevig curriculum in elkaar hebben getimmerd.

Voor de wetenschapper die onderzoek wil doen naar het effect van drie weken zomerschool op leerlingen eind groep 7 staat ook de komende zomer onze deur in Amsterdam West open. Kijk naar onze doelstellingen en meet of die worden gehaald. Er zijn zo’n 35 basisscholen die leerlingen aanmelden, onder die leveranciers zijn vast wel scholen te vinden die mee willen doen om een controlegroep te vormen van hetzelfde type leerlingen die niet naar de zomerschool gaan.
In de tussentijd verzamel ik hieronder artikelen die ik bij toeval tegenkom. Tips zijn welkom!

Borman, G. D. (2001). Summer learning loss, summer school, and the achievement gap: An overview of the research. Principal Magazine, 80, 26–29.
Why Summer Learning Deserves a Front-Row Seat in the Education Reform Arena. Link
Schools, Achievement, and Inequality: A Seasonal Perspective. Link
Evaluating Summer School Programs and the Effect on Student Achievement:
The Correlation Between Stanford-10 Standardized Test Scores and Two Different Summer Programs (proefschrift). Link
Minimizing Reading Regression through a Direct Instruction Summer Reading Program (proefschrift). Andere doelgroep, maar zelfde doelen als zomerschool Amsterdam: tegengaan verlies van pas verworven cognitieve vaardigheden.  Link
Summer Learning Loss: The Problem and Some Solutions Link
Impacts of a Summer Learning Program: A Random Assignment Study of Building Educated Leaders for Life. Link
Geplaatst in Zomerschool | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Vakantie en het verlies van kennis en vaardigheden

Gemiddeld verliezen leerlingen tijdens de zomervakantie twee maanden leertijd op het gebied van leesvaardigheid en andere cognitieve vaardigheden. Kortom, zes weken zomervakantie betekent in veel gevallen geen stilstand, maar teruggang.
In veel steden worden Zomerscholen voor basisschool leerlingen georganiseerd. De plaatsen zijn beperkt en als jouw kind niet is geplaatst, wat kun je dan als ouder het beste ondernemen om verlies van kennis en vaardigheden te beperken in de zomervakantie?
Hieronder staan enkele suggesties. Bedenk van te voren welke activiteiten je gaat ondernemen en zorg voor een leuke mix van uitstapjes en thuis-doe-dingen zodat er wekelijks twee of drie activiteiten op het programma staan. Heb je contact met ouders van school of in je straat? Misschien kunnen jullie elkaar steunen en taken verdelen?

Om leesvaardigheid vast te houden is lezen natuurlijk een must. Ga samen naar de bibliotheek en kies 10 boeken uit die je drie weken mag lenen. Natuurlijk zitten daar niet Ontdek_omslagalleen leesboeken bij. Eén of twee (voor)leesboeken zijn wel voldoende om de leesvaardigheid op peil te houden. Kies meteen boeken uit voor jezelf, zodat je het goede voorbeeld geeft en dagelijks twee keer een moment uitkiest om samen te lezen. Dat kan thuis op de bank, maar ook in de tuin, in het park of op het strand. Kinderen die zien dat ouders lezen en zo onbewust seinen dat lezen leuk is, zijn eerder geneigd om zelf ook te lezen.

Tien boeken, waarvan twee leesboeken, dat betekent dus acht boeken uit andere kasten: opzoekboeken, bladerboeken, prentenboeken, boeken over ruimtevaart, het weer, dieren en de natuur, technische snufjes. Neem in ieder geval boeken mee waar proefjes in staan die je samen thuis (of buiten) kunt doen (windroos maken, watermeter enzovoort).experimenten
Kinderen vinden het fijn om samen te koken, te bakken, te knutselen, dus iets te maken. In de bibliotheek staat een ruime sortering aan boeken die stap voor stap laten zien hoe je iets maakt met papier, hout, touw, afval. Kies samen twee of drie ‘maakboeken’ uit. Ga je thuis iets maken uit het boek, bespreek dan eerst samen wat je nodig hebt. Soms kiezen kinderen hele fancy of hele moeilijke objecten om mee te beginnen. In plaats van die bot af te wijzen omdat de stress je al naar de keel grijpt, kun je beter samen overwegen of je dat wel kunt maken. Uiteindelijk kun je samen besluiten dat het te moeilijk is omdat je de spullen of gereedschappen niet hebt of dat je niet ervaren genoeg bent om het te begeleiden. Door te overleggen kom je hier vast samen wel uit.

Kinderen gaan tijdens de zomervakantie ook een beetje terug in het vermogen om te leren als zij niet voortdurend geprikkeld worden. Dat prikkelen hoeft niet met lesjes uit leerboeken. Puzzelen, spelletjes spelen, samen op verkenning in het park, het bos of de polder zijn al prikkelend genoeg als er maar iets te doen is. Laat de uitstapjes niet te lang duren en bedenk een thema. Hoeveel verschillende vogels kunnen we spotten? Kunnen we sporen van dieren vinden op de grond? In de bibliotheek kun je vast een leuk boek vinden dat hier goede tips voor geeft.natuur
Ga eens naar een ander deel van de stad waar je woont of als je in de provincie woont, bezoek een stad en let samen eens op de verschillen tussen deze leefomgeving en die van jezelf. Waar zit dat verschil dan in? Buitenactiviteiten en praten over wat je ziet houden de hersenen actief en bevorderen het concentratievermogen.

Ook als je zelf niets met techniek hebt, is het voor kinderen leuk om daar wel iets aan te doen. Er zijn leuke setjes te koop om samen iets in elkaar te knutselen. Die setjes zijn te koop in verschillende soorten en maten met bijbehorende prijzen, d.w.z. van goedkoop tot schreeuwend duur. In iedere provinciestad is wel één speelgoedwinkel die zich heeft gespecialiseerd op dit terrein. Anders biedt internet uitkomst: Tip 1   Tip 2   Tip 3

Zelf iets bouwen of in elkaar zetten bevordert het creatieve leervermogen van kindereneinsteinen houdt de hersenen lenig. Het gaat niet alleen om een handleiding lezen, je moet een handleiding ook kunnen begrijpen en volgen en overgaan tot een handeling. Bij dit soort activiteiten zijn er altijd tegenslagen en het gaat er juist om dat kinderen daarmee om leren gaan. Zo worden ze sterker in het problemen overwinnen en knelpunten oplossen als iets niet meteen lukt.
Veel plezier!summerlearningloss

Geplaatst in Creativiteit, Ouderbetrokkenheid, Zomerschool | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Aanbod ondersteuning organisatie zomerschool vo

Marijke Kaatee heeft 6 jaar ervaring met de organisatie van Zomerscholen voor het basisonderwijs. Hoewel de doelstelling en de uitvoering van een Zomerschool voor het basisonderwijs verschillen met die van het voortgezet onderwijs, is de organisatie vooraf vrijwel identiek.

Op de website van de vo-raad staat een link naar het rapport over de effecten van een zomerschool (zie onder). Op de website zomerscholen.vo wordt vermeld hoe subsidie kan worden aangevraagd bij DUO voor een zomerschool om zittenblijven tegen te gaan (650,00 per leerling).
Ervaring leert dat de subsidie meestal ruim genoeg is om de organisatie goed te overdenken, externen in te schakelen, aan leerplanontwikkeling te doen en ruim op tijd te beginnen met de voorbereiding, die omvattend is.
De zomerschool moet er vanaf de eerste dag als volwaardige school staan: met een eigen profiel. De zomerschool ‘repareert’, maar moet zo prettig, succesvol en bevredigend zijn, dat het een onvergetelijke succeservaring wordt voor leerlingen en docenten.
In het voortraject gebeurt heel veel tegelijkertijd. Het is mijn aanbeveling om de tijd ook te benutten om een ontwikkelgroep te starten voor gemotiveerde docenten die les zullen gaan geven met een specifiek leerplan per vak of vakken.

In de aanloopfase worden er criteria geformuleerd voor deelname.
Er zijn meer factoren die een rol spelen bij ‘zitten blijven’ dan te weinig doen:
• verzuim op cruciale momenten wegens ziekte (hiaten in voorwaardelijke basiskennis);
• ingrijpende gebeurtenissen in het privéleven van een leerling waar bepaalde vakken onder hebben geleden;
• onvoldoende ontwikkelde metacognitieve vaardigheden. Leerlingen hebben genoeg in huis, maar ze hebben niet geleerd hoe ze moeten leren, hoe ze taken aan moeten pakken, wat de goede denkprocessen zijn bij bepaalde vakken;
• thuis onvoldoende steun bij het plannen en aanpakken;
• voor ‘onderpresteerders’ geldt dat ze beschikken over voldoende kennis, maar ze komen niet uit de verf als ze zich opeens moeten inspannen.
• leerhouding onvoldoende en/of, verkeerde mindset.
Op basis van bovenstaande factoren kunnen schoolspecifiek toelatingscriteria worden geformuleerd en bij voorkeur speelt een zomerschool ook in op deze factoren.

Hoewel de doelgroep verschilt, spelen zich in het voortraject dezelfde processen af in het po als het vo. Het voortraject is maar kort en in die periode moet er heel veel tegelijkertijd gebeuren op verschillend niveau.
Marijke kan, op basis van ruime ervaring met de organisatie en uitvoering van een zomerschool in het basisonderwijs ook vo-scholen ondersteunen bij de organisatie van een zomerschool in 2015.

Wat komt er onder andere in korte tijd op een school af?
Onderzoek naar te verwachten leerlingen, per locatie, per jaarlaag, per vak. Keuze voor de locatie(s). Bepalen klassengrootte. Welke vakken? Werven van docenten: vragen of solliciteren? Eigen docenten of externen? Selectiecriteria.
Leerplan, maatwerk op hiaten, metacognitieve vaardigheden, vakgerichte vaardigheden, effectieve didactische modellen, toetsen. Communicatie intern en extern.
En, wordt de zomerschool ook aangegrepen om van gedachten te wisselen over, of om ervaring op te doen met het anders structureren van de reguliere onderwijsomgeving?

Benut de beperkte tijd volledig en gebruik het geld om externen in te schakelen bij de organisatie in plaats van docenten met een extra (zware) taak te belasten waar ze geen ervaring mee hebben!  Een gedegen organisatie vooraf is een doorslaggevende factor voor succes.

Links: vo-raad en zomerscholen vo  Op deze site staat vermeld dat scholen hun lokale externe partij kunnen inschakelen bij de organisatie.

Geplaatst in Zomerschool | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen